In september 2021 start ik met de master ‘Leren en Innoveren – Teacher Leader’. Mijn doel is om ‘circulaire economie’ een vaste plek in het curriculum te geven. Dit past heel goed in het te ontwikkelen leergebied ‘Mens en Maatschappij’, waar de vakken economie en aardrijkskunde het komende schooljaar worden samengevoegd. Dit naar voorbeeld van het voorstel van curriculum.nu.

Elke eindbestemming begint met een eerste stap.

Succes is één keer vaker opstaan dan je bent gevallen.

Veel lezen en heel veel typen 😐

Soms letterlijk van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat.


Dat was nog best even een klus. Tijdens de ‘corona-tijd’ mijn tweedegraadslerarenopleiding economie afronden. Maar deze is ‘in the pocket’. 🙂

Een onderdeel uit mijn afstudeerportfolio voor mijn tweedegraadslerarenopleiding wil ik hier delen. Namelijk mijn beeld van een ideale (middelbare) school.

Mijn ideale onderwijs ziet er anders uit dan hoe het onderwijs, over het algemeen, in Nederland momenteel is georganiseerd. Het voortgezet onderwijs zie ik graag anders. Een aantal redenen ligt hieraan voor mij ten grondslag. Ten eerste de schaalgrootte, ten tweede de (te) vroege beroeps/-schoolkeuze, ten derde de indeling in niveau en het (slechte) imago van met name het vmbo.

Het jaarklassensysteem per niveau zou ik willen loslaten en meer projectonderwijs aanbieden. Je werkt aan kennis en vaardigheden en toont dit aan met het afronden van modulen en het opbouwen van een portfolio. Daarbij is mijn uitgangspunt dat je niet meer blijft zitten. Je maakt vorderingen op je eigen niveau en in je eigen tempo. Het voordeel is dat er meer kruisbestuiving is tussen de verschillende leerlingen; leeftijds- en niveauverschillen. Ouderejaars kunnen jongere leerlingen op sleeptouw nemen en hen (peer-to-peer) coachen. Ouderejaars zijn dan peer tutor. Bovendien verwacht ik dat de saamhorigheid in de school hiermee wordt vergroot en het bijdraagt aan een positieve schoolcultuur.

Hoe ik dit voor mij zie heb ik in onderstaand figuur weergegeven.

ao: algemeen onderwijs | to: technisch onderwijs | bo: beroepsonderwijs | kso: kunst en sport

Na het primair onderwijs ga je naar het secundair onderwijs. Je start in de onderbouwfase en doorloopt een aantal leerlagen (graden) waar je verschillende vakken krijgt, zowel theoretisch als praktisch. Er is geen keuze voor een niveau. Alle leerlingen zitten bij elkaar in (kleine) stamklassen.

Een belangrijk doel is ontdekken waar je goed in bent en wat je leuk vindt. Kennis wordt veel formatief getoetst en weinig summatief. Daarnaast volg je (praktijk)modulen die je afrondt met voldaan of niet-voldaan. Waar alleen de modulen met ‘niet-voldaan’ opnieuw worden gedaan. Met het afronden van deze modulen wordt gekeken naar sociale- en beroepsvaardigheden. Je zou het AVO2.0 kunnen noemen, Algemeen Vormend Onderwijs ‘nieuwe stijl’.

Beweging, voeding, hygiëne, sociale en culturele aspecten zijn belangrijk onderdelen tijdens de onderbouwfase. Evenals; leren samenwerken, het respecteren van verschillen, je inzetten voor een ander en de samenleving.

Het schooljaar zou ik in semesters verdelen en elk semester afsluiten met een projectweek. Tijdens de projectweek wordt thematisch een project met alle leerlagen uitgevoerd in (kleine) groepjes. Hiermee bevorder je de kruisbestuiving en kan je gebruik maken van de ervaring van de ouderejaars.

Aan het einde van de onderbouwfase, na ongeveer 3 jaar, maak je een keuze voor een beroepenveld. Deze onderbouwfase wordt afgesloten met een examen; één theoretisch examen en één praktisch examen.

Vervolgens kies je voor de bovenbouwfase één van de volgende gebieden; algemeen (economisch) onderwijs, technisch onderwijs, beroepsonderwijs of kunst/sport. Deze bovenbouwfase duurt (ook) ongeveer 3 jaar. Tijdens de bovenbouwfase kunnen er niveauverschillen worden gemaakt. Het uitgangspunt is nog steeds zoveel mogelijke verschillende niveaus bij elkaar. Gepersonaliseerd leren ondersteund door (digitale)methodes, de inzet van ICT en een portfolio, maken dit mogelijk.

De bovenbouwfase wordt (ook) afgesloten met een examen. Naast het doen van examen in theorievakken doe je praktijkexamen, door middel van een proeve van bekwaamheid. Het laatste jaar van de bovenbouwfase kan je een (verdiepende of verbredende) specialisatie kiezen. Het overstappen naar een ander beroepenveld is mogelijk, eventueel met aanvulling van een 7e graad. In de bovenbouwfase vervul je een verplichte maatschappelijke stage. Na het afronden van het secundaire onderwijs kan je doorstromen naar het hoger onderwijs. Na het volgen van een specialisatie (7e graad) kan je eventueel naar het wetenschappelijk onderwijs.